Mijn ouders

Behalve Internaats vader en moeder waren mijn ouders natuurlijk ook 'gewoon' mijn ouders. Van een normaal gezinsleven was echter zelden sprake en ik heb echt het gevoel opgegroeid te zijn in het internaat. Het leven in Het Posthuis was het dagelijks leven en hoe bijzonder dat voor de buitenwereld ook is, ik wist niet beter.

Mijn moeder had graag een normaal gezinsleven gehad. Ze kende dat niet van thuis en had er als kind van gedroomd. Dat het in de praktijk anders uitpakte maakte haar soms tot een wat minder makkelijk mens. Maar wel een mens met een goed en lief hart. Je moest alleen zien dat je in dat hart terechtkwam en dat was niet altijd even simpel. Gelukkig heeft ze een schoonzoon getroffen die haar op handen droeg en dat was wederzijds. Dat heeft veel goedgemaakt in haar niet altijd even vrolijke leven.
Ze heeft keihard gewerkt in het internaat en het bezorgde haar ooit eens een burn-out. Aangezien in die tijd het verschijnsel niet bekend was werd het niet goed behandeld en heeft ze haar verdere leven daar veel ellende van ondervonden.
Het overlijden van mijn vader (die ze in haar armen hield toen hij stierf) en het direct daarna kwijtraken van huis en baan zijn klappen geweest die ze nooit meer te boven is gekomen.
En als je dan vervolgens maar één kind hebt dat het ook nog vertikt om kleinkinderen op de wereld te zetten dan is verdriet geen onbekende.
Maar zonder haar had mijn vader het internaat niet draaiende kunnen houden.

Mijn vader was het hart van het internaat en het internaat zat diep in zijn hart.
Om wat duidelijker te maken wat voor soort man en vader hij was hier en paar korte verhalen.

Samen in het bos

Het bos
Mijn vader was een man van de bossen. Lange wandelingen door gebieden waar (in die tijd) nog vrijwel niemand kwam. Herten en zwijnen kijken, bosbessen en bramen plukken, dennenappels zoeken (voor kerststukjes) en verder alles was hij dacht te kunnen gebruiken achter in de auto laden. Toen ik wat ouder was dan op deze foto ging ik in de vakanties 's morgens met hem mee om "wild" te kijken. Om vier uur uit bed. Niks wassen of haar kammen. Zonde van de tijd. Je kleren aan over je pyama en de auto in. Mijn moeder sliep uit. Samen gingen we dan de bossen in. Aangekomen in het gebied waar misschien het wild zat lieten we de auto staan en slopen zonder te praten verder het bos in.
Die spannende, doodstille momenten waarin het net ging schemeren en soms de mist dicht tussen de bomen hing vergeet ik nooit meer.
Als dan de grote edelherten op ons pad kwamen was het een sprookjesachtige wereld.

Diepe plassen
Maar we maakten ook tochten met de auto door de bossen. Soms kwamen we op wat onherbergzaam terrein. Die auto kon mijn vader niks schelen dus die ging ook de wat minder gebaande paden op. Na fikse regen lag er hier en daar dan een enorme waterplas op zo'n bospad.
"Ga jij eens even kijken Nies." zei hij dan en vervolgens ging mijn moeder met een stok peilen hoe diep zo'n plas was. "Te diep!" riep ze dan.
Maar pa vond het wel kunnen. Ma weer in de auto, stuk achteruit en dan met vol gas erdoor. Het water spoot hoog door de lucht en de auto zag zwart van de blubber.
Het liep altijd goed af. Alleen vergat hij weleens te zeggen dat moeders haar raampje nog open had staan. Hem overkwam dat nooit.

De jonge marinier
Tijdens een heel stil weekend (echt iedereen was naar huis) liet mijn vader de hond uit en kwam terug met hond en een hele jonge jongen in een onbekend uniform. De jonge marinier van onbekende afkomst was te dronken om op zijn benen te staan. Mijn vader had hem gevonden in een portiek en sleepte hem mee naar het internaat. Dat was nog niet zo simpel. Er werd koffie gezet en boterhammen gesmeerd maar echt bij zijn positieven komen was er niet bij. Mijn vader zocht naar papieren in het uniform en vond iets waar de naam van een schip opstond.
Na wat telefoontjes bleek het schip aan de Parkkade te liggen. Daar bracht hij de jongen naartoe. De kapitein vertelde toen dat het een 15-jarige knul betrof op zijn eerste reis. Zijn maten hadden hem als ontgroening dronken gevoerd en achtergelaten. Als de jongen de afvaart van het schip (diezelfde avond!) gemist had dan had hij zijn reis naar een volgende haven zelf moeten betalen. Om van de straf nog maar niet te spreken.

Inbrekers
Nog een keer zo'n heel stil weekend. Die waren er natuurlijk ook. Met z'n drietjes in dat hele grote pand. En dat pand had een brandtrap aan de achterkant waar iedereen zo op kon lopen. Dus het was wel zaak dat alle ramen en deuren goed gesloten waren.
Toch waren er momenten dat er ineens een deur dichtknalde op de bovenste etage of dat er een ander geluid vandaan kwam.
Dan was er eerst ernstig overleg. Wat zou het kunnen zijn? Was er dan toch nog iemand in huis?
Uiteindelijk was er maar één manier om erachter te komen en dat was: Erop af! Eerst zoeken naar een wapen. Deegrol? Grote pollepel?
Met de grote pollepels uit de keuken kon je makkelijk iemand om zeep helpen. Dus sloop mijn vader, met zo'n pollepel in zijn hand, de trappen op naar boven. Mijn moeder stond angstig tussen de trappen door naar boven te kijken. Dan hoorden we een hele tijd niks en vervolgens gesmijt met een deur of een paar harde klappen.
Ma stormde dan naar boven om mijn vader breed lachend aan te treffen. Ze trapte er iedere keer weer in.

Ger
Beetje onschuldig scharrelen hier en daar (heel soms met een jongen uit het internaat) vond mijn vader niet erg. Maar toen Ger in beeld kwam had hij heel snel in de gaten dat het ernst was. En vanaf dat moment nam hij Ger regelmatig mee voor een dagje Veluwe. Ze maakten lange wandelingen, hadden leuke gesprekken, dronken samen een biertje en gingen gezellig samen uit eten.
Binnen de kortste keren waren ze goeie vrienden.

Het bruidsboeket
In 1975 wilden Ger en ik gaan samenwonen. Dat was in die tijd net even iets teveel. Van samenwonen kon geen sprake zijn. Dus trouwen.
Maar we hadden geen cent! Huisje onder de huurwaarde in Rotterdam west (een verhaal apart) en zo goedkoop mogelijk ingericht.
Toen was het spaargeld op. Ik had ergens een goedkope jurk op de kop getikt en zelf opgefleurd met hoed enzo. De receptie was in het internaat en de eetzaal prachtig opgetuigd. Diner ook geen probleem. Mijn vader en moeder zorgden voor een geweldige bruidstaart.
Maar hoe moest dat nou met het bruidsboeket? Mijn vader wist raad en adviseerde Ger om eens bij de bloemist op het Vasteland te kijken.
Dat deed Ger en verdraaid, voor 25 gulden kon hij een werkelijk prachtig bruidsboeket bestellen.
Anderhalf jaar later overleed mijn vader en bij het opruimen van zijn bureau vonden we een bonnetje.
"Restant bruidsboeket 375 gulden."